UA-121571902-1
U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

DAF museum en de Variomatic

Op woensdag 19 september een kijkje genomen in het DAF museum te Eindhoven. Mijn aandacht gaat uit naar de DAFjes zoals die werden verkocht van 1959 tot 1976: met de twee-cilinder boxermotor van DAF en de Variomatic. Op de benedenetage staan de vele vrachtwagen-typen van het oude DAF en de moderne van DAF-Paccar. Boven vind je de historische personenwagens, prototypen en specials.

Nu ben ik vooral gecharmeerd van de bestelwagentjes van het eerste model DAF (A-platform), de DAF 750 / Daffodil / 33. Allemaal van hetzelfde formaat en in de loop der jaren voorzien van een frisser ogende carrosserie (rechte daklijn; hogere motorkap en kofferdeksel).

front bestelwagensfront bestelwagens

 

Hier een foto van de neuzen. Links de eerste DAF, de 600; rechts Daffodils waarbij de derde de Daffodil is met de hogere motorkap. De 33 staat nog verder naar achteren; deze verschilt niet van de laatste Daffodil, behalve een iets andere grille.

 

 

 

 

Hieronder de pick-up met huif en de combi 

met huifmet huif

combicombi

 

 

 

 

 

 

 

 

detail achterdeur combidetail achterdeur combi

 

Hub van Doorne, de technicus, had met broer Wim, de commerciële man, een fabriek voor aanhangers, vrachtauto's en legerwagens opgezet in Eindhoven. Begonnen was met een smederij die uitgroeide tot een fabriek met eigen ontwerpen van vrachtauto's en de daarvoor benodigde motoren. Een sterk staaltje Brabants ondernemerschap, vergelijkbaar met Philips. Hub wilde ook een personenauto bouwen en zo geschiedde. Hij reed zelf in een Amerikaanse wagen met automatische versnelling en wilde zijn personenauto ook met een automaat uitrusten. Met zijn technisch vernuft bedacht hij de Variomatic, een aandrijving met rubber riemen die tussen conische schijven lopen. De diameter van de schijven is variabel.  Door de schijven meer of minder uiteen te schuiven verandert de diameter. Dat schuiven gebeurt afhankelijk van ingezet motorvermogen en weerstand die de auto ondervindt bij het rijden (weg, lucht). De regeling was mechanisch, logisch want in die jaren was er nog geen elektronica, en geschiedt door middel van uitzwaaiende gewichten verbonden aan de primaire schijven (hoe sneller de schijf draait, hoe meer de gewichten op de schijf drukken waardoor de diameter toeneemt) en vacuüm van de motor (minder gas geven betekent minder luchtdruk in het spruitstuk en dat levert weer kracht om de schijven te verstellen). De secundaire schijven (die de wielen aandrijven) worden met een veer tegen elkaar gedrukt. Er is dus geen actieve regeling; ze reageren op de trekkracht in de riemen die door de primaire schijven is bepaald.

Knap bedacht en het werkte ook nog!

variomatic 1variomatic 1

Hier de Variomatic van het eerste model DAF (de 600/750/daffodil/33, het zogenaamde A-platform). Best een gewichtige constructie met scharnierende armen die de achterwielen, reductiekasten, aandrijfassen en daaraan verbonden secundaire schijven van de Variomatic dragen.

Als je deze constructie vergelijkt met de weliswaar niet automatische 2CV (435 tot 600 cc boxermotor en een handgeschakelde versnellingsbak vlak achter de motor) valt het enorme verschil in volume op dat de DAF voor de aandrijving gebruikt. 

 

variomatic 2variomatic 2En hier een detail: de schijven maakten heel wat omwentelingen omdat de trekkracht in de riemen beperkt is (klein koppel maal veel toeren = vermogen). Een flinke eindreductie was noodzakelijk, zie de opengewerkte tandwielkast.

Ooit gelezen dat de riemen wel 40 meter per seconde aflegden wat circa 6000 omwentelingen per minuut van de schijven betekent.

 

Het tweede model DAF, de 44/55, kreeg een iets lichtere variant van de Variomatic:

variomatic 44variomatic 44

 

Minder zware draagarm-constructie, wel langere riemen.

De riemen vingen de verticale beweging van de wielen op, dus tordeerden een beetje tijdens het rijden. Ook fungeerde de combinatie van twee riemen/schijven als differentieel. De riemen hadden het zwaar te verduren, gingen toch best lang mee.

 

de dion as 66de dion as 66

Vanaf model 66 werd een De Dion-as toegepast en een Variomatic waarvan de riemen niet hoefden torderen en wringen omdat een differentieel en aandrijfassen met beweegbare koppelingen die functies overnamen.

De 66 was nog maar deels een 'echte' DAF omdat de motor een ingekochte 4-cilinder van Renault was terwijl DAF zelf 2-cilinder boxermotoren bouwde.

 

Door de overname van de DAF-personenwagendivisie door Volvo kwam een einde aan de typische DAFjes.

Volvo hechtte veel belang aan veiligheid en aan hun eisen konden de kleine Dafjes kennelijk niet voldoen. Het A-platform (de 33 in die tijd) was ook al sinds 1959 in productie en Volvo hield er in 1974 mee op.

De 46, een 44 met de De Dion-as en 1 Variomatic-riem, dus een iets vereenvoudigde Variomatic vergeleken met de 66, liep van 1974 tot 1976 en was de laatste met de 2-cilinder boxermotor. De 66 ging nog tot 1980 als Volvo door het leven met allerlei aanpassingen ten opzichte van de DAF66 en in diverse uitvoeringen. Volvo kwam later met de 343 op de markt, ook met Variomatic. Dat was eigenlijk een uitwerking van de grotere auto die DAF eerder al in gedachten had. 

Ondertussen had Hub van Doorne, met pensioen, zijn ideeën voor een betere Variomatic uitgewerkt, met assistentie van diverse technici uit de Daf stal. Dit leidde tot de CVT, de continu variabele transmissie met in plaats van de rubber riemen een uit metalen schakels samengestelde duwband. Volop toegepast door allerlei autofabrikanten. 

Benieuwd of de CVT kan wedijveren met moderne versnellingsbakken met 7- en 8-traps automaten. nadeel van de CVT schijnt te zijn dat de metalen schakels nogal lawaaiig zijn door dat ze op de schijven 'tikken' (gelezen; niet ervaren).

  

 

Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?